Acute verwardheid (delirium)

Laatste wijziging: 26-08-2026 Foldernummer: 1299


Een van uw naaste is opgenomen in het HagaZiekenhuis. U merkt dat hij of zij zich anders gedraagt dan u gewend bent. Dit komt doordat uw naaste een acute verwardheid heeft, ook wel delirium of kortweg delier genoemd. In deze folder leest u wat een delier is en wat u kunt doen.

Wat is een delier?

Een acute verwardheid (delier) is een stoornis van het bewustzijn. Deze aandoening komt regelmatig voor bij (oudere) patiënten in het ziekenhuis en ontstaat meestal plotseling. De klachten kunnen gedurende de dag sterk wisselen. Bij een delier is de patiënt minder helder dan normaal en de aandacht wisselt. De patiënt heeft moeite om de aandacht vast te houden en raakt snel afgeleid. Vaak weet de patiënt niet goed waar hij of zij is en lijkt de grip op zichzelf en de omgeving kwijt te zijn. Het kan lijken alsof alles langs de patiënt heen gaat. Ook het denken is verstoord. De patiënt kan niet goed logisch nadenken en heeft moeite om informatie te begrijpen. Het korte termijn geheugen werkt vaak minder goed, waardoor informatie snel vergeten wordt.

Tijdens een delier ervaart de patiënt de werkelijkheid anders. Hij of zij kan dingen zien of horen die er niet zijn, zoals beestjes, stemmen of geluiden. Voor de patiënt zijn deze waarnemingen echt. Soms is de patiënt erg onrustig, angstig of achterdochtig, maar het kan ook zijn dat de patiënt juist stil en teruggetrokken is. Het slaap-waakritme is vaak verstoord. De patiënt is bijvoorbeeld overdag slaperig en ’s nachts juist onrustig. De klachten zijn meestal in de avond en nacht erger dan overdag. De duur van een delier kan variëren van enkele uren tot meerdere dagen.

Oorzaken

Een acute verwardheid ontstaat altijd door een lichamelijke ontregeling. Dit kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door:

  • Een operatie
  • Een infectie en/of koorts, zoals een longontsteking of blaasontsteking
  • Een ongeval (bijvoorbeeld een hersenschudding of kneuzing)
  • Stoornissen in de stofwisseling of hormonen
  • Gebruik van medicijnen (bijvoorbeeld pijnstillers)
  • Een slechte voedingstoestand en/of vitaminetekorten
  • Uitdroging
  • Aandoeningen van het hart of de longen
  • Angst, stress of een tekort aan slaap
  • Plotseling stoppen met alcoholgebruik en/of roken
  • De palliatieve fase

Vaak ontstaat een delier door een combinatie van meerdere factoren. Patiënten van 70 jaar en ouder hebben daarnaast een verhoogd risico op het ontwikkelen van een delier. Wanneer de lichamelijke oorzaak wordt behandeld en de conditie van de patiënt verbetert, neemt de verwardheid meestal af.

Behandeling

De arts probeert zo snel mogelijk de oorzaak van de acute verwardheid te achterhalen en te behandelen. De behandeling bestaat uit:

  • Het behandelen van de onderliggende oorzaak
  • Het verminderen van de klachten
  • Het bieden van een veilige omgeving

Soms krijgt de patiënt medicijnen om de onrust, angst of hallucinaties te verminderen. Dit gebeurt alleen als dat nodig is. Daarnaast wordt vaak het team Ouderengeneeskunde betrokken. Dit team heeft veel ervaring met patiënten met een delier.

Tijdens een delier bestaat een verhoogd risico dat de patiënt zichzelf of de behandeling schade toebrengt. Soms is het daarom nodig om de patiënt tijdelijk in zijn of haar vrijheid te beperken, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Dit gebeurt altijd zo veel mogelijk in overleg met de vertegenwoordiger van de patiënt. De aanwezigheid van een vertrouwd persoon kan helpen om de onrust te verminderen. De verpleegkundige kan u hierover meer vertellen (rooming-in).

Wat kan familie /bezoek doen?

Met de volgende tips en trucs kan u als naaste de situatie voor de patiënt verlichten:

  • Laat een delirante patiënt zo min mogelijk alleen. Erbij zijn zonder iets te doen kan ook steun geven.
  • Zeg duidelijk wie u bent en herhaal dit als het nodig is.
  • Vertel regelmatig waar de patiënt is en wat er aan de hand is.
  • Zorg voor een rustige omgeving.
  • Beperk bezoek in aantal (maximaal 2 personen) en duur (ongeveer een uur).
  • Spreek in korte, makkelijke zinnen. Stel korte vragen, zoals ‘Heb je goed geslapen?’ en ‘Was het eten lekker’?
  • Word niet boos op de patiënt als hij/zij iets niet weet.
  • Als de patiënt een bril of gehoorapparaat draagt, let er dan op dat de patiënt deze ook gebruikt.
  • Zorg voor een normaal dag- en nachtritme. Doe de rolgordijnen bij dag omhoog en bij nacht omlaag. Zorg dat een delirante patiënt overdag normale kleding draagt en in de avond een pyjama.
  • Neem - voordat de patiënt uit bed mag - stevige schoenen mee. Bij voorkeur schoenen met een rubberen voetzool.
  • Bied zoveel mogelijk herkenningspunten aan: vertel uw naaste waar hij/zij is, benoem dag en tijd en zeg wie u bent en wat u komt doen.
  • Probeer de dagelijkse dingen samen met de patiënt te doen. Lees bijvoorbeeld de krant voor.
  • Zorg dat uw naaste een klok en een kalender kan zien.
  • Breng foto’s mee van personen of huisdieren waar de patiënt aan gehecht is.
  • Zorg voor goede verlichting, doe ’s nachts bijvoorbeeld een lampje aan.
  • Als uw naaste dingen ziet, hoort of ruikt die er niet zijn, ga daar niet tegenin. Geef aan hoe u de werkelijkheid ziet. Wij raden u aan de beleving van uw naaste niet te ontkennen en niet te bevestigen. Als dit niet helpt, laat het onderwerp dan rusten. Het gedrag en de reactie van uw naaste zijn anders dan u gewend bent. Uw naaste is onrustig, begrijpt u niet en geeft vreemde antwoorden.
  • Wek geen achterdocht door te fluisteren of deuren op slot te doen.
  • Zorg dat uw naaste zich niet kan verwonden of kan vallen.
  • Controleer of de patiënt begrijpt wat u zegt. Besef dat niet alles zal blijven hangen in het geheugen. Afspraken maken is namelijk niet mogelijk.
  • Let er op dat de patiënt alle medicijnen binnenkrijgt. Blijf erbij tot de patiënt de medicijnen heeft ingenomen.
  • Controleer of uw naaste voldoende plast en een normale stoelgang heeft.
  • Overleg de zorg aan uw naaste met een eventueel betrokken verpleegkundige. Zij of hij kan u nog extra adviezen geven.
  • Geef veranderingen in de situatie zo snel mogelijk door aan de verpleegkundige van de afdeling.

Advies

Als de verwardheid voorbij is, herinnert uw naaste zich vaak niets meer hiervan. Maar soms wel en dit kan angstig, verdrietig of beschamend zijn. Probeer uw naaste hierin gerust te stellen en vraag de arts of verpleegkundige u hierbij te helpen. Zorg daarnaast ook goed voor uzelf. Neem voldoende rust, zodat u de zorg voor uw naaste kunt blijven volhouden. Vraag als u wilt anderen om hulp. Maak gebruik van de verpleging als u zich overbelast gaat voelen. Voel u niet bezwaard om dit te melden aan ons. 


Spreekt u geen of slecht Nederlands?

De informatie in deze folder is belangrijk voor u. Als u moeite heeft met de Nederlandse taal, zorg dan dat u deze folder samen met iemand leest die de informatie voor u vertaalt of uitlegt.

Do you speak Dutch poorly or not at all?

This brochure contains information that is important for you. If you have difficulty understanding Dutch, please read this brochure with someone who can translate or explain the information to you.

Czy Państwa znajomość języka niderlandzkiego jest żadna lub słaba?

Informacje zawarte w tym folderze są ważne dla Państwa. Jeśli język niderlandzki sprawia Państwu trudność, postarajcie się przeczytać informacje zawarte w tym folderze z kimś, kto może Państwu je przetłumaczyć lub objaśnić.

Hollandaca dilini hiç konuşamıyor musunuz veya kötü mü konuşuyorsunuz?

Bu broşürdeki bilgi sizin için önemlidir. Hollandaca dilinde zorlanıyorsanız, bu broşürü, size tercüme edecek ya da açıklayacak biriyle birlikte okuyun.

إذا كنتم لا تتحدثون اللغة الهولندية أو تتحدثونها بشكل سيء إن المعلومات الموجودة في هذا المنشور مهمة بالنسبة لكم. إذا كانت لديكم صعوبة في اللغة الهولندية، فاحرصوا عندئذ على قراءة هذا المنشور مع شخص يترجم المعلومات أو يشرحها لكم.

Deel deze informatie