Eten en drinken zijn basale levensbehoeften. De verzorging van pasgeboren kinderen is vooral gericht op het geven van voeding. Een baby die huilt, vervolgens gevoed wordt in een veilige en warme omgeving en daarna tevreden weer in slaap valt, krijgt positieve ervaringen mee.
Wanneer uw baby te vroeg geboren is (prematuur), een te laag geboortegewicht heeft (dysmatuur), een lichamelijke afwijking heeft of mogelijk een syndroom heeft, kunnen er voedingsproblemen optreden. Het kan ook zijn dat het nog onduidelijk is wat de oorzaak is van de voedingsproblemen. Vroege begeleiding bij het leren drinken kan veel moeilijkheden in de verdere ontwikkeling voorkomen.
Voor een zuigeling zijn de volgende punten van belang om goed te kunnen zuigen/drinken:
Problemen die onder andere bij de voeding kunnen optreden zijn:
Dit brengt vaak stress met zich mee voor zowel de baby als voor de ouder(s). Wanneer een kind langdurig moeite heeft met de voeding en hier langdurig stress door heeft, kan dit uiteindelijk leiden tot voedselweigering.
Voeding via een sonde geven kan een (tijdelijke) oplossing zijn als uw kind niet zelf kan eten. Bij sondevoeding brengen wij de voeding door een slangetje, meestal via de neus, in de maag. Er kan sprake zijn van volledige sondevoeding of gedeeltelijke sondevoeding. Bij gedeeltelijke sondevoeding drinkt uw kind een deel van de voeding zelfstandig uit de borst of fles. De overige voeding geven wij naderhand via de sonde.
Wanneer wij starten met sondevoeding krijgt uw kind minder kans om de voedingsreflexen te gebruiken en daarmee te oefenen. Gedurende de periode van sondevoeding is het daarom belangrijk om de orale reflexen van uw kind te activeren door een fopspeen of pink aan te bieden. Tijdens de sondevoeding kan uw kind hierop zuigen. Op deze manier leert het kind de voeding te koppelen aan een orale en prettige activiteit.
Meer informatie over sondevoeding kunt u opvragen bij de arts of verpleegkundige.
Om de voedingsbereidheid en vaardigheid in kaart te brengen, maken wij gebruik van de zogeheten checklist orale voeding. Deze lijst bevat twaalf punten en is onderverdeeld in twee delen:
De verpleegkundige op de afdeling neemt deze lijst met u door tijdens de voedingsmomenten. Soms kan het zijn dat uw kind nog niet toe is aan orale voeding. Dan adviseert de verpleegkundige om nog niet te starten met het aanbieden van orale voeding.
De checklist heeft vier belangrijke voordelen:
Als de checklist dit aangeeft, kunnen wij de logopedist inschakelen. De logopedist werkt samen met de kinderarts, verpleegkundigen, diëtist, lactatiekundige en fysiotherapeut.
Wanneer de kinderarts de logopedist inschakelt, leest de logopedist eerst het dossier van uw kind. Vervolgens spreekt de logopedist met de verpleging en de ouders om alle benodigde informatie te verkrijgen. De logopedist doet onderzoek naar de reflexen, mondmotoriek en gevoeligheid in het mondgebied. Ook kijkt hij/zij mee tijdens een voedingsmoment. Zij doet de observaties op het moment dat de ouders aanwezig zijn.
De logopedist geeft ouders en verpleging adviezen over:
In de afspraken die volgen bespreekt de logopedist met de ouders hoe de voeding verloopt na de adviezen. Zo nodig stelt de logopedist de adviezen bij.
Als uw baby nog niet alle voedingen drinkt en nog afhankelijk is van sondevoeding, kan het zijn dat uw baby met sondevoeding naar huis gaat. Dit gebeurt altijd in overleg met een arts, verpleegkundige en de ouders.
Houd bij voorkeur maximaal 30 minuten aan voor een voeding. Voor prematuren die net starten met drinken kan 5 minuten al genoeg zijn.
Wanneer wij een bepaalde manier van drinken adviseren, is het verstandig om dit een aantal keren uit te proberen. Zo krijgt uw baby tijd om te wennen aan de nieuwe manier van voeden. Uw baby kan zich de nieuwe wijze van voeden eigen maken.
In zijligging voeden kan uw baby ondersteunen bij het leren drinken. De melk loopt bij voeden in zijligging niet direct achter in de mond, maar eerst in de wang. Dit zorgt ervoor, dat er minder kans is op verslikken tijdens de voeding.
Wij adviseren een speen met een kleine opening, zodat de melk niet te snel in de mond stroomt. Uit onderzoek blijkt dat de Dr. Brown fles met prematurenspeen de kleinste straal geeft. Bij voorkeur koopt u de smalle fles met standaardspeen. Als uw kind jonger is dan 37 weken, adviseren wij u ook de prematuren speen te kopen. Dr. Brown’s flessen en spenen zijn verkrijgbaar in de apotheek en de winkel van het Hagaziekenhuis, online, en in de meeste drogisterijen.
Wanneer er onduidelijkheden zijn over het advies of wanneer u vragen heeft over het advies, geef dit dan aan bij de verpleegkundige, die voor uw baby zorgt. Zij zorgt ervoor dat u van de juiste persoon antwoord krijgt.
Bronnen:
Wij horen graag uw mening over deze folder. Wilt u na het lezen enkele vragen beantwoorden? U vindt de vragen via deze link: https://folders.hagaziekenhuis.nl/2228. Dank u wel.
De informatie in deze folder is belangrijk voor u. Als u moeite heeft met de Nederlandse taal, zorg dan dat u deze folder samen met iemand leest die de informatie voor u vertaalt of uitlegt.
This brochure contains information that is important for you. If you have difficulty understanding Dutch, please read this brochure with someone who can translate or explain the information to you.
Informacje zawarte w tym folderze są ważne dla Państwa. Jeśli język niderlandzki sprawia Państwu trudność, postarajcie się przeczytać informacje zawarte w tym folderze z kimś, kto może Państwu je przetłumaczyć lub objaśnić.
Bu broşürdeki bilgi sizin için önemlidir. Hollandaca dilinde zorlanıyorsanız, bu broşürü, size tercüme edecek ya da açıklayacak biriyle birlikte okuyun.
إذا كنتم لا تتحدثون اللغة الهولندية أو تتحدثونها بشكل سيء إن المعلومات الموجودة في هذا المنشور مهمة بالنسبة لكم. إذا كانت لديكم صعوبة في اللغة الهولندية، فاحرصوا عندئذ على قراءة هذا المنشور مع شخص يترجم المعلومات أو يشرحها لكم.