Anesthesie voor een ingreep bij kinderen
Laatste wijziging: 03-06-2026 Foldernummer: 2523
Uw kind wordt binnenkort opgenomen voor een operatie (behandeling) onder begeleiding van de anesthesioloog in het Juliana Kinderziekenhuis (JKZ). In deze folder leest u meer over de anesthesie
Een operatie is een ingrijpende gebeurtenis. Om uw kind goed voor te bereiden op een operatie of ingreep hebben wij deze folder en een animatiefilm gekoppeld aan uw vragenlijst in “Mijn Haga” . Ook kunt u samen met uw kind deze digitale fotoboeken bekijken:
U kunt uw kind vaak het beste helpen als u zelf goed voorbereid bent en rustig en met vertrouwen naar het ziekenhuis kunt gaan. Lees daarom de informatie goed door en stel al uw vragen vooraf. Ook de woorden die we gebruiken zijn van invloed op bijvoorbeeld de (ont)spanning bij uw kind. In de folder 'Helpend taalgebruik' leest u hoe je als ouder helpende taal toepast.

Anesthesiologie
Bijna alle kinderen gaan voor operaties onder narcose. Daarom noemen we de kinderanesthesioloog ook wel de “slaapdokter”. Een anesthesioloog is een gespecialiseerde arts die het lichaam beschermt tegen schadelijke invloeden van operaties, trauma of pijn. Een groot deel van zijn of haar werk is iemand zo veilig en comfortabel mogelijk een operatie te laten ondergaan. De kinderanesthesiologen in ons kinderchirurgisch centrum zijn extra opgeleid en ervaren voor de zorg voor hele jonge of gehandicapte of zieke kinderen.
Voor een narcose brengt de anesthesioloog altijd eerst de risico’s in kaart en probeert deze te verminderen. Bijvoorbeeld door de juiste techniek en medicijnen te kiezen voor, tijdens en na een ingreep. Het HagaZiekenhuis leidt ook specialisten op. Het is daardoor mogelijk dat een anesthesioloog in opleiding mee helpt of sommige dingen onder begeleiding uitvoert.
Vragenlijst anesthesie
Vraag DigiD aan voor uw kind als deze onder narcose moet
Na uw bezoek aan de polikliniek van de behandelende arts moet u zo snel mogelijk een DigiD aanvragen voor uw kind als u dat nog niet heeft. DigiD heeft u nodig om toegang te krijgen tot “Mijn Haga” op internet. Op dit patiëntenportaal staat een vragenlijst met een animatiefilmpje en folders van de anesthesie voor u klaar. U opent de vragenlijst en vult deze in. Zorg dat u voordat u begint het gewicht van uw kind weet. En dat u de medicijnen die uw kind gebruikt bij de hand heeft.
Wel of niet een aanvullende afspraak?
Aan het eind van de vragenlijst ziet u een informatiefilmpje. En wordt aangegeven of het wel of niet nodig is om een telefonische afspraak te maken of om langs te komen op het pre-operatief spreekuur met uw kind. Als dit nodig is kunt u hier direct een afspraak maken door een plekje in de agenda te reserveren. Als u niet hoeft te komen geeft u aan dat u de informatie over de anesthesietechniek en risico’s hebt begrepen en dat alle ouders of voogden akkoord zijn. Kinderen van 12 jaar en ouder moeten ook zelf toestemming geven.
De anesthesioloog beoordeelt later de ingevulde vragenlijst en kan beslissen dat er alsnog een telefonische afspraak of een bezoek nodig is. Ook kunt u er zelf voor kiezen om toch een aanvullende (telefonisch of fysieke) afspraak te maken aan het eind van de vragenlijst en het informatiefilmpje. Bijvoorbeeld omdat u nog vragen heeft of extra informatie met de anesthesioloog wilt delen.
Heeft u geen computer/smartphone/tablet of moeite met de taal?
Kunt u de digitale vragenlijst niet invullen of lukt het niet om een DigiD aan te vragen? Dan kunt u de vragenlijst ook in de poliomgeving van het JKZ invullen op 1 van de beschikbare computers. Eventueel kunt u via het Afsprakenbureau direct een afspraak maken bij de anesthesie. In dat geval loopt de anesthesioloog tijdens de afspraak de vragen met u door.
Anesthesiespreekuur
Als een afspraak nodig is bespreekt de anesthesioloog met u mogelijke risico’s en beantwoordt hij of zij uw vragen. Als het nodig is doet de arts lichamelijk onderzoek bij uw kind en soms wordt bloed afgenomen voor onderzoek. Spreekt u geen Nederland of Engels? Zorg dan dat er iemand bij is die voor u kan tolken.
De anesthesioloog beoordeelt of de gezondheid van uw kind de behandeling onder narcose toelaat. Ook bekijkt de anesthesioloog of het in dagbehandeling kan of dat een overnachting in het ziekenhuis beter is. Deze arts bespreekt ook met u hoe uw kind de narcose en eventueel een aanvullende verdoving krijgt en vraagt uw toestemming daarvoor. Ook is er tijd om uw vragen te stellen.
Organisatorisch is het zelden mogelijk dat de narcose wordt uitgevoerd door dezelfde anesthesioloog die uw kind vooraf heeft beoordeeld. Maar alle informatie is goed in te zien door alle anesthesiologen.
Nadat u bij de anesthesioloog bent geweest wordt de operatie ingepland. U krijgt de definitieve datum voor de operatie van het Opnamebureau.
Gebruikt uw kind medicijnen?
Dan is het belangrijk dat u bij uw apotheek toestemming geeft om deze medicijngegevens te delen via het Landelijk Schakelpunt. De anesthesioloog en de apotheek van het ziekenhuis kunnen deze gedeelde medicijngegevens raadplegen en zo het anesthesiespreekuur beter voorbereiden.
Als uw kind medicijnen gebruikt, geeft de anesthesioloog aan wanneer uw kind deze moet innemen op de dag van de opname. Kinderen met astma en/of bronchitis moeten hun spray(s) gewoon blijven gebruiken. Neem de spray(s) en eventuele andere medicijnen op de opnamedag mee naar het ziekenhuis.
Nuchter zijn voor narcose
Voor de veiligheid is het erg belangrijk dat uw kind op de dag van de opname voor de operatie of het onderzoek een lege maag heeft (nuchter is). Dit betekent dat uw kind 6 uur voor de operatie of het onderzoek niet mag eten en alleen heldere vloeistoffen mag drinken (water, thee, helder appelsap of aanmaaklimonade).
Als de maag vol is, is er een risico dat de inhoud tijdens de operatie of het onderzoek naar buiten komt. Dat kan gevaarlijke situaties opleveren, bijvoorbeeld als de maaginhoud in de longen komt. Houdt u zich daarom zorgvuldig aan de regels.
Als uw kind niet nuchter is kan de ingreep niet doorgaan.
Tot 6 uur voor de operatie of het onderzoek mag uw kind alles eten en drinken.
Vanaf 6 uur voor de operatie of het onderzoek mag uw kind niets meer eten, maar nog wel helder drinken. Heldere (doorschijnende) dranken (water, thee, aanmaaklimonade, heldere appelsap) mag uw kind drinken, in de hoeveelheden die normaal ook gedronken wordt, tot aankomst in het ziekenhuis.
Let op: melk, troebele vruchtensappen en bouillon zijn niet helder en kunnen maagzuur stimuleren, dit mag uw kind dus niet vanaf 6 uur voor de operatie of het onderzoek.
Borstvoeding mag uw kind tot 4 uur voor de operatie of het onderzoek drinken.
Poedermelk (babymelk en opvolgmelk) mag uw kind tot 6 uur voor de operatie of het onderzoek drinken.
Hele kleine baby’s mogen poedermelk soms tot 4 uur voor de operatie of het onderzoek nog drinken. Dit hangt onder andere af van de leeftijd en het gewicht van het kind. Als dit voor uw kind geldt, hoort u dit van de anesthesioloog.

Dit mag uw kind wel drinken Dit mag uw kind niet drinken
EMLA-crème
De anesthesioloog heeft u een recept meegegeven voor EMLA-crème of dit naar uw apotheek gestuurd. Dit is een verdovende crème die u vóór de behandeling op de rug van beide handen van uw kind aanbrengt en eventueel op andere plekken die op het recept staan aangegeven. Deze crème verdooft de huid zodat uw kind de prik van het infuusnaaldje voor de narcose minder voelt.
De EMLA-crème brengt u zelf thuis aan voordat u naar het ziekenhuis vertrekt, zodat deze goed is ingewerkt als uw kind bij ons komt. De instructie vindt u in de folder van de opname afdeling, bij de zalf en op onze website.
Narcose (diepe slaap)
De meeste kinderen worden onder narcose behandeld. Een narcose krijgen betekent dat een kind in slaap wordt gebracht met medicijnen. Tijdens de narcose wordt uw kind bewaakt door de anesthesiemedewerker en/of de anesthesioloog. We meten het zuurstofgehalte in het bloed en het hartritme, de bloeddruk en het koolzuurgehalte in de uitademingslucht.
Onze standaard methode is om het kind in slaap te brengen met medicijnen via het infuus en niet via een kapje. Dit doen we omdat het iets veiliger is doordat er al een toegang is tot de bloedbaan voor eventuele noodmedicatie. Daarnaast vinden veel kinderen een kapje vervelender dan het plaatsen van het infuus, mede omdat de huid goed verdoofd is met de EMLA-crème, Ook is er minder kans op misselijkheid.
Via het infuus dient de anesthesioloog een slaapmiddel toe. Dit noemen wij soms slaapmelk omdat het vaak wit is. In een enkel geval kiest de anesthesioloog wel voor het inademen van een slaapmiddel via een kapje. Dit is een damp met een geur die sommige kinderen niet prettig vinden. Ook bij het in slaap brengen met een kapje, is een infuus nodig.
Bij een narcose moet de anesthesioloog altijd de ademweg vrijhouden met een buisje via de neus of mond of met een zogenaamd keelmasker. De ademhaling moet worden ondersteund of overgenomen met een apparaat. Voor hele korte ingrepen zoals trommelvliesbuisjes kan dit met een kapje op het gezicht.
Als er een extra verdovingstechniek nodig is, voert de anesthesioloog dit bijna altijd uit als uw kind slaapt. Dit kan door een ruggenprik (epiduraal of caudaal), een perifere zenuwblokkade of een lokale verdoving van de wond. Op de volgende pagina leest u hier meer over.
Voor de narcose wordt altijd een checklist doorlopen. Bij een kind onder de 16 jaar moet altijd een ouder of een voogd aanwezig zijn. De anesthesioloog brengt uw kind onder narcose. Een ouder of voogd mag hierbij aanwezig blijven tot het kind slaapt.
Ruggenprik (spinaal)
Bij kinderen wordt dit bijna alleen gedaan bij hele kleine baby’s of bij grote tieners op eigen verzoek. Na het voor verdoven van de huid met EMLA-crème wordt een naald ingebracht in de onderrug tot in de ruimte met hersenvocht (spinale ruimte). Hier wordt een verdovend medicijn achtergelaten waardoor het onderlichaam verdoofd wordt. Dit werkt vanzelf weer uit. Het voordeel is dat de patiënt blijft ademen en dus niet aan het beademingsapparaat hoeft en geen beademingsbuisje of keelmasker nodig is. Bij deze vorm van verdoving voor een operatie wordt dus geen narcose gegeven. Ook bij deze anesthesietechniek gelden dezelfde nuchter voorschriften.
Ruggenprik (epiduraal of caudaal)
Deze vorm van een ruggenprik is bijna altijd een aanvulling op de narcose en ook voor pijnstilling na de operatie. Het verdooft een deel van het lichaam. Deze prik kan op elke hoogte van de rug gezet worden, waarbij het laagste plekje caudaal heet. Bij kinderen wordt deze prik bijna altijd slapend gegeven. Bij goed te instrueren patiënten zoals grote tieners plaatsen we de prik het liefst als zij wakker zijn omdat zij door hun omvang minder makkelijk en veilig in de goede prikhouding te leggen zijn als zij slapen. Door grote tieners zelf te laten zitten, is de kans groter dat de ruggenprik goed geplaatst kan worden en beter werkt.
De naald blijft bij deze verdovingstechniek vlak voor de met hersenvocht gevulde ruimte (epiduraalruimte). Er kan bij verwijdering van de naald een slangetje achtergelaten worden voor langdurigere pijnstilling. Bij het achterlaten van een slangetje moet ook bijna altijd een blaaskatheter geplaatst worden, omdat zelf plassen door de verdoving niet altijd meer goed mogelijk is.
Perifere zenuwblokkade (verdoven van een arm, been of deel van de borstkas of buikwand)
Hierbij kan de anesthesioloog zenuwen of zenuwbundels apart verdoven zodat er op de geopereerde plek een tijd minder of geen pijn gevoeld wordt. Ook deze prik wordt bijna altijd slapend gegeven. Als het nodig is met behulp van een echobeeld. Grote tieners kunnen soms ervoor kiezen om een operatie te laten uitvoeren na verdoving van alleen een arm of een been terwijl ze wakker blijven.
Lokale wond verdoving
Dit is de simpelste vorm van verdoving en kan de opererende arts vaak zelf doen. Dit gebeurt direct bij de wond bij kleinere ingrepen waar we niet heel veel napijn verwachten.
Baby's jonger dan 3 maanden
Wanneer anesthesie wordt toegepast bij hele kleine baby's jonger dan 3 maanden, is de aanwezigheid bij het starten van de anesthesie niet wenselijk, omdat alle aandacht en concentratie naar
het kind moet gaan.
Is narcose veilig voor kinderen?
In de ervaren handen van de anesthesioloog is narcose veilig. Over het algemeen geldt: hoe ouder het kind, hoe veiliger de narcose. Maar ook kleine kinderen kunnen veilig onder algehele anesthesie een ingreep krijgen.
Als uw kind verkouden is of net is geweest kan de anesthesioloog besluiten om de operatie uit te stellen. De verkoudheid zorgt er namelijk voor dat de luchtwegen gevoeliger zijn. Prikkels tijdens een ingreep kunnen dan grotere gevolgen hebben. Denk aan hoesten, een verkramping van de spieren van de luchtpijp of lagere luchtwegen en een daling van het zuurstofgehalte in het bloed. Deze gevoeligheid blijft nog een tijdje, ook als de klachten al weg zijn voor de ingreep.
Heeft het kind klachten, maar zijn de klachten minimaal? Bij een operatie die niet uitgesteld kan worden, gaat de ingreep toch door. Ook als uw kind altijd verkouden is en dit juist de reden is voor de operatie (zoals bijvoorbeeld het knippen van neus of keelamandelen), dan gaat de operatie soms toch door.
|
Bijwerkingen en risico’s anesthesie bij kinderen, verschilt per kind en leeftijd Ook afhankelijk van ingreep of verdovingstechniek; veelal tijdelijk en behandelbaar |
||
|
Soms (1 op de 10-100) |
Zelden (1op de 100-10.000) |
extreem zeldzaam (1 op de 10.000-200.000 |
|
Misselijk, braken |
Niet kunnen plassen |
Oogschade |
|
Last van keel |
Verminderde ademhaling |
Ernstige allergische reactie |
|
Rillen |
Lip-, tong- of tandschade |
Onbedoeld bewustzijn hebben |
|
Kortdurend samenknijpen van de luchtwegen |
Tijdelijk doof gevoel of tintelingen in ledematen |
Apparatuur falen met schade |
|
Jeuk |
Luchtweginfectie |
Hartritmestoornissen |
|
Onaangenaam gevoel bij inspuiten slaapmiddel |
Bloed, slijm of maaginhoud in luchtweg |
Bloeding of infectie op prikplaats lokale verdovingstechniek |
|
Duizelig, wazig zien |
Huidreactie op narcosemiddelen |
Schade aan zenuwen bij verdovingstechniek |
|
Tijdelijke zwelling van de stembanden door beademingsbuisje |
Langdurig lage bloeddruk of weinig zuurstof in het bloed met hersenschade |
|
|
Overlijden |
||
Uitslaapkamer
Uw kind wordt na de operatiekamer eerst naar de uitslaapkamer gebracht. Vaak slaapt uw kind dan nog. Hier wordt nog steeds het zuurstofgehalte in het bloed en de hartslag gemeten. Als alles stabiel is mag u naast uw kind zitten totdat alle controles goed genoeg zijn om uw kind te verplaatsen naar de afdeling.
Pijnbestrijding
Uw kind krijgt op vaste tijden medicijnen tegen de pijn. De eerste dosis wordt altijd tijdens de slaap gegeven. Dit kan via het infuus of via zetpillen. Voor thuis worden pijnstiller in tabletvorm, drank of zetpilvorm voorgeschreven. De basis is vaak paracetamol. Als het nodig is schrijft de anesthesioloog extra pijnstillers voor die veilig samen gebruikt kunnen worden.
Bij een dagbehandeling is er, als dit nodig is, een recept voor pijnstillers naar uw apotheek gestuurd. Zodat u vooraf tegelijk met de EMLA creme al de pijnstillers in huis heeft kunnen halen. Na een opname met overnachting(en) krijgt u een recept mee. U geeft deze medicijnen aan uw kind volgens het meegegeven schema. Als de lokale verdovingstechniek is uitgewerkt is het goed om al een pijnstiller ingenomen te hebben.
Belangrijke telefoonnummers
Afsprakenbureau JKZ
Voor informatie over de poliklinieken kunt u op werkdagen bellen met het Afsprakenbureau:
- van 8.30 tot 15.50 uur
- telefoonnummer: (070) 210 7300
Opnamebureau JKZ
Voor informatie over de opnamedag kunt u op werkdagen bellen met het Opnamebureau:
- van 8.30 tot 15.30 uur
- telefoonnummer: (070) 210 7368
Als de operatie van uw kind op de dag van de opname plaats vindt, belt het Opnamebureau u 1 werkdag voor de operatie tussen 9.30 uur en 11.30 uur.
Zorgt u ervoor dat u dan bereikbaar bent op het door u opgegeven telefoonnummer. Van het Opnamebureau hoort u:
- hoe laat uw kind in het ziekenhuis moet zijn
- vanaf wanneer uw kind nuchter moet zijn
- of u de EMLA-crème thuis op de handen aanbrengt, of dat u de crème meeneemt naar het ziekenhuis
HagaZiekenhuis algemeen
Heeft u vragen of problemen in de eerste 24 uur na de opname? Neem dan contact op met de afdeling waar uw kind gelegen heeft via het algemene nummer van het HagaZiekenhuis (070) 210 0000.
Spoedeisende hulp voor kinderen
‘s Avonds, ‘s nachts en in het weekend kunt u bij problemen contact opnemen met de Spoedeisende Hulp (070) 210 2060.
Parkeren bij het ziekenhuis
Alle informatie over parkeren vindt u op onze website:
Veelgestelde vragen over vervoer en parkeren - HagaZiekenhuis van Den Haag
Wat vindt u van deze patiënteninformatie?
Wij horen graag uw mening over deze folder. Wilt u na het lezen enkele vragen beantwoorden? U vindt de vragen via deze link: https://folders.hagaziekenhuis.nl/2228. Dank u wel.
Spreekt u geen of slecht Nederlands?
De informatie in deze folder is belangrijk voor u. Als u moeite heeft met de Nederlandse taal, zorg dan dat u deze folder samen met iemand leest die de informatie voor u vertaalt of uitlegt.
Do you speak Dutch poorly or not at all?
This brochure contains information that is important for you. If you have difficulty understanding Dutch, please read this brochure with someone who can translate or explain the information to you.
Czy Państwa znajomość języka niderlandzkiego jest żadna lub słaba?
Informacje zawarte w tym folderze są ważne dla Państwa. Jeśli język niderlandzki sprawia Państwu trudność, postarajcie się przeczytać informacje zawarte w tym folderze z kimś, kto może Państwu je przetłumaczyć lub objaśnić.
Hollandaca dilini hiç konuşamıyor musunuz veya kötü mü konuşuyorsunuz?
Bu broşürdeki bilgi sizin için önemlidir. Hollandaca dilinde zorlanıyorsanız, bu broşürü, size tercüme edecek ya da açıklayacak biriyle birlikte okuyun.
إذا كنتم لا تتحدثون اللغة الهولندية أو تتحدثونها بشكل سيء إن المعلومات الموجودة في هذا المنشور مهمة بالنسبة لكم. إذا كانت لديكم صعوبة في اللغة الهولندية، فاحرصوا عندئذ على قراءة هذا المنشور مع شخص يترجم المعلومات أو يشرحها لكم.


